Blog

Uitgelicht

Aanpassen

Aanpassen…je hoort tegenwoordig vaak dat kinderen dat doen. In de klas, op de sportclub, overal waar ze komen en in een groep functioneren. Je aanpassen naar je omgeving. En thuis escaleert het.

Maar wat is dat dan precies? Hoe ziet dat er in de praktijk dan uit? Is het altijd fout? Is het nodig? Kun je dit zien als leerkracht of pm’er?

Om de laatste vraag maar eerst te beantwoorden; meestal niet. En dat maakt het meteen lastig. Het hele aanpasproces gebeurt intern namelijk. Ik neem je mee in een voorbeeld wat ik zelf, als volwassen vrouw, ervaren heb.

Ik sta op een school voor een kleuterklas. Werken in het onderwijs betekent ook af en toe een studiedag met je hele team over bepaalde onderwerpen. Deze week hadden wij met ons team een studiedag. Ter voorbereiding kreeg ik een boek waar ik in ieder geval een bepaald hoofdstuk uit moest lezen. Toen ik het las, kreeg ik al vlekken in mijn nek. Dit was niet waar IK voor sta; ik ben het met het stuk helemaal niet eens, maar werk wél op een school waar ze hier (blijkbaar) wel voor staan. Dilemma dus. Wat er intern bij mij gebeurde bestond vooral uit onzekerheid. ‘Ben ik zo anders?’, ‘Hoe kan ik nu zeggen dat ik het niet eens ben met dit?’, ‘Moet ik dit doen??’, ‘En als ik dat niet wil, wat gebeurt er dan?’, ‘Snap ik wel hoe lesgeven aan kleuters werkt?’, ‘Heb ik het mis?’, ‘Ben ik de enige die anders denkt?’, ‘Wat als…?’. Etc. Ik was zo in twijfel over mijn eigen kunnen, mijn eigen visie en mijn eigen ideeën dat ik even niet meer wist wat ik moest doen. Ik ken mezelf en ik weet dat ik een bepaalde houding kan aannemen als ik fel word (dit is mijn vurige passie, mijn strong will, mijn eigenzinnigheid). Dat is niet altijd fijn voor mijn collega’s; ik kan nogal hard overkomen, terwijl ik dat anders bedoel. Het is wie ik ben, maar na 43 jaar ervaring weet ik dat mensen hier niet blij van worden en pas ik me dus aan.

Ik besloot om de dag open tegemoet te treden. Zei tegen mezelf: ‘Misschien leer ik er nog wat van’. Ik zou mezelf kalm houden. Zo lang werk ik er nog niet en als ik fel ben, ben ik niet op mijn leukst. Kortom; ik ging aanpassen, me inhouden en daarmee mezelf verloochenen. Gevolg: slechte nachten, hartkloppingen en zenuwen voorafgaand aan de dag.

De dag kwam en zoals verwacht, was ik het niet eens met de inhoud. Ik stelde kritische vragen, maar hield me verder gedeisd. In de pauze werd ik aangesproken dat ik te fel en aanvallend was. Ik begreep en begrijp het nog niet. De dag heb ik verder bijna zwijgend doorgebracht, mijn hoofdpijn voelde ik opkomen en die is de rest van de dag niet meer weggegaan.

Dit gebeurt vaak ook met hoogbegaafde kinderen in de klas. Kinderen voelen feilloos aan hoe ‘het moet’ en doen dat dus ook. Maar ze verloochenen zichzelf ermee. Mijn dochter zat tegelijkertijd in eenzelfde proces. Zij zit in groep 8 en op school beginnen ze met de cito’s. Deze worden op school erg belangrijk gemaakt. Ik zag bij haar dezelfde symptomen ontstaan als bij mij; stress, gedoe in haar hoofd en twijfel over zichzelf. “Waarom vind juf het dan zo belangrijk??”. Tja, daar heb ik geen antwoord op. Na een gesprek over hoe wij over de cito en het advies denken kon ze het iets meer loslaten.

Ik als volwassene kan hier inmiddels mee omgaan. Ik wéét wanneer ik me aanpas en kies daar soms dus bewust voor omwille van mijn omgeving. Ik weet ook dat ik dit niet moet blijven doen en als de situatie op mijn werk niet verandert kan ik daar als volwassene mijn eigen conclusies uittrekken en actie ondernemen. Maar kinderen niet. Die moeten naar school, elke dag naar de omgeving waar ze soms helemaal niet prettig zitten en niet goed functioneren OMDAT ze zich uit noodzaak aanpassen. Door dit hele gebeuren op mijn werk deed me het weer beseffen dat dat zwaar moet zijn voor kinderen. Je elke dag aan moeten passen omdat je anders niet door de dag komt.

Gelukkig zijn er ook talloze voorbeelden waarbij kinderen wél gezien worden en mogen zijn wie ze zijn, ook al zijn ze soms fel en vurig. Inmiddels lukt het me meer en meer mijn eigen vuur te waarderen. ’s Middags kwam toevallig (?) mijn bestelde boek binnen: ‘Draak Vurig en het vuur’ binnen waarin het gaat over dat het vuur in Draakje Vurig óók van heel veel waarde is.

Ik hoop van harte dat leerkrachten het vuur in sommige kinderen gaan zien als waardevol en mooi. Ik doe mijn best om de kinderen waarmee ik werk hen hun eigen vuur te leren waarderen en het op de goede manier te leren gebruiken.

En mijn werk? Ik maak keuzes die mij passen; ook dat is een proces wat met vuur en passie gepaard gaat en dat is allemaal oké. Ook ik kom wel waar ik zijn mag.

Uitgelicht

Wat is goed en wat is fout?

Wanneer is iets goed of fout? Wie bepaalt dat? En kun je de ander overtuigen van jouw ‘goed’, terwijl die ander dat ook probeert bij zijn of haar ‘goed’?

Gisteren was ik weer terug op een basisschool waar ik voor de zomervakantie ook was. Ik werk daar met een jongetje die inmiddels in groep 4 zit. Wekelijks ondersteun ik hem een uur met het werk wat hij krijgt op school; we praten samen tijdens dit werk en zo werken we meteen aan onze mindset, onze visie en bespreken we de samen onze kijk op het leven. Het levert mooie gesprekken op.

Hij had nu bedacht om een spreekbeurt te willen doen en wilde met mij de voorbereidingen treffen daarvoor. Zo gezegd, zo gedaan. We waren bezig met het bedenken welke dingen hij allemaal wilde vertellen over, in dit geval, de brandweer. Zo komt er ook een pagina over wat de brandweer doet. Tijdens het maken van die pagina in zijn presentatie vroeg ik hem: “Wat doet de brandweer?” en hij antwoordt: “Zijn pak aantrekken”. In eerste instantie wilde ik hem ‘verbeteren’, maar nee dat zou niet handig zijn. Hij heeft namelijk gelijk. Een brandweer trekt zijn (of haar) pak aan. Ik heb hem uitgelegd dat hij natuurlijk gelijk had en dat hij precies wist waarom dat pak nodig is en dat hij dat zeker moet vertellen straks tijdens zijn spreekbeurt. Ik heb hem gelukkig ook kunnen vertellen dat bij spreekbeurten er verwacht wordt dat er een algemeen praatje wordt gehouden wat iedereen kan snappen, ook als je nog niet zoveel weet over de brandweer. En dat je dus wat algemenere zaken kunt opschrijven op deze informatiepagina. Hij kwam toen met ‘branden blussen’, ‘helpen bij auto-ongelukken’ en ‘katten uit de boom halen’ (“maar niet zo vaak hoor”).

Het deed me denken aan jaren geleden toen ik eenzelfde ervaring had met mijn toen 4-jarige zoon. Hij liep voor in zijn ontwikkeling en wij vonden dat hij na 1 kleuterjaar, door kon stromen naar groep 3. School wilde daarin mee gaan, maar vonden hem nog wat jong. We spraken af dat hij mee mocht draaien in groep 3 en aan de hand daarvan zouden we bepalen wat de keuze zou worden. We spraken ook af dat de mededeling verteld zou worden door zijn leerkracht van groep 1/2. Nadat hij een ochtend meegedraaid had, kregen wij te horen dat hij niet had meegedaan, maar alleen maar rond had gekeken. Hij had geen werkje gedaan, de leerkracht vond hem erg jong en hij was dus niet toe aan groep 3. Ik vroeg wat de leerkracht hem had gezegd, waarop zij antwoordde: “Dat hij mocht kijken in groep 3”. Dat was EXACT wat mijn zoon had gedaan.

Ik wil met deze voorbeelden aangeven dat je soms, als leerkracht, als pm’er, als volwassenen om kinderen heen, even door mag denken. Mijn zoon keek alleen maar en was DUS niet toe aan groep 3. Terwijl ik wist; mijn kind doet altijd exact wat je van hem vraagt, letterlijk. En dingen die je niet zegt doet hij dus niet. Dat is lastig. Voor hem, maar daardoor soms ook voor de leerkrachten om hem heen. Ook het jongetje in het eerste voorbeeld kan te horen krijgen: “Nee dat is niet goed. Een brandweer blust branden”. Maar zoals de titel van dit blog al zegt: Wat is goed en fout? Wij volwassenen hebben snel de neiging een oordeel te geven. Doe even een stap terug en kijk/luister/observeer wat er eigenlijk gezegd wordt. Is het echt fout? Of is het een andere manier van denken?

Letterlijk doen wat er staat
Begrijpend lezen zit wel goed.
Is het écht fout, of verwacht de juf iets anders?

Bovenstaande afbeeldingen komen van de pagina van MeesterMark; een (oud)leerkracht die dit soort beelden verzamelt en verspreidt via Facebook en Instagram. Het zet je als leerkracht wél aan het denken. Want, naast dat het soms grappig is, zegt het ook: Wat is écht fout hieraan? Wat wil je eigenlijk met deze opdracht? In het laatste geval kun je in ieder geval weten dat dit kind het begrip ‘de helft’ heel goed begrijpt en daar ging het in ieder geval om.

Wat ik maar wil zeggen; wees je bewust van je soms te snelle oordeel; als je afkeurt wat eigenlijk niet fout is doet dat veel met het zelfvertrouwen van iemand, laat staan van een jong kind in ontwikkeling. Sta open voor een andere visie en leer van elkaar. Als leerkracht mag je kinderen een heleboel (aan)leren, maar als je er voor openstaat zijn kinderen de beste leermeester.

Uitgelicht

It takes courage to grow (up) and become who you really are

“Ik ga nooit meer het onderwijs in”.

Zo begon ik mijn reis met mijn eigen bedrijf. Boy, was I wrong. Het kan verkeren.

Afgelopen jaar was het eerste jaar dat ik alleen maar bezig was met mijn bedrijf. Vol plannen ging ik aan de slag. Het was heerlijk om bevestigd te krijgen waar mijn kracht ligt en om daar verder mee aan de slag te gaan. Dit is leuk! Doen wat je kan, leuk vind én er ook nog voor betaald krijgen.

Zo’n eerste jaar gaat nooit voorbij zonder struggles uiteraard. Ik heb veel geleerd. Ondanks dat ik al eerder een bedrijf runde, is het als ZZP’er (en dus alles alleen moeten doen en ervaren) toch weer anders. Je leert het meeste van je fouten. Dat heb ik ook ondervonden.

Om mijn diensten uit te breiden ben ik begonnen met een opleiding tot pedagogisch coach; maar helaas werd ik geveld door corona en stond die opleiding dus stil. En nog. Want ondertussen zat mijn zoon thuis omdat er geen leerkracht was. Ik zat ook thuis, met mijn PABO diploma. 1 en 1 = 2, dus ik meldde me aan als invaller. En zo geschiedde dat ik per maart tóch weer in het onderwijs terecht kwam. “He, maar dat wilde ik toch niet meer?”.

Na een roerige periode, vooral bij mij intern, kwam ik tot de conclusie dat ik iemand ben die met haar voeten in de klei moet staan. Ik ben geboren om voor de klas te staan en de kinderen te zien en daar mee aan de slag te gaan. Zonder kleuters en peuters ben ik niet in functie. En ja, ik vind het heerlijk om weer een klas vol met onbevangen jongens en meisjes te mogen begeleiden.

Zo zie je maar, wat je vooraf roept hoeft helemaal niet waar te worden. Het gaat zoals het gaat. Ik kan maar beter stoppen met roepen, wat er komt komt en ik kies dan hoe ik er in mee ga.

Ik weet inmiddels wat ik niet wil en daardoor ook beter wat ik wel wil. Dat wil overigens niet zeggen dat het ook zo gaat. We zien het wel. Komende periode is een periode van rust en bezinning. Voor mij gebeurt dat op het strand aan de Spaanse kust. Daarna start ik dus 1 dag in de week als kleuterjuf op een school hier in de buurt. En wat daar verder uit voortkomt? Ik ga het meemaken en er open in!

Ik wens jullie allemaal een heerlijke vakantie en de rust die je nodig hebt. Geniet van het goeie en tot na de vakantie!

Mooi boek voor als jouw vakantie naar de Nederlandse kust voert.
Uitgelicht

Learning by doing

Dingen leren doe je door ze vooral te doen. Dat is iets wat we allemaal (misschien diep van binnen) wel weten. Het klinkt makkelijker dan het is. Boxjumps leren is voor mij een drama bijvoorbeeld, ondanks dat je het ‘gewoon’ even moet doen, stuit ik ALTIJD op mentale weerstand. Waar ik overigens wel steeds makkelijker doorheen ga. En ‘gewoon geen angst meer hebben om dingen fout te doen’ is niet zomaar afgeleerd.

Niet zo lang geleden ben ik weer gestart met een project; ik val in op een basisschool en heb 2 dagen een groep 1/2 onder mijn hoede. Dat heb ik jaren gedaan, dus daar draai ik mijn hand niet voor om. Althans, voor de klas staan dan. Het onderwijs klinkt altijd makkelijker dan het is. In de praktijk ben je verantwoordelijk voor de ontwikkeling van, in mijn geval, 30 kleuters. Met allemaal een eigen manier van leren, een eigen manier van zijn. Daarnaast heb je te maken met collega’s van je bouw, met ook ieder een eigen manier van werken en zijn. Dat maakt het niet altijd makkelijk. En momenteel is het in onderwijs een drama om mensen te vinden; er zijn weinig invallers, veel mensen vallen uit en door de coronamaatregelen mogen er soms collega’s niet komen werken, die dat wel zouden willen. Want…anders wéér een groep kinderen thuis en ouders die in de knel komen met hun werk. Kortom; er worden veel klassen naar huis gestuurd of verdeeld over de andere kleutergroepen. Dat kan gelukkig op deze school met 6 kleutergroepen; heb je een school met maar 2 kleutergroepen dat wordt het verdelen weer een ander verhaal. Collega’s die extra terugkomen, maar ook in de knel komen met hun eigen kinderen, of het gewoonweg niet meer kunnen regelen. Een lastig parket dus wat zijn weerklank heeft op de werkvloer. Ik werk er nu een paar weken en ik heb nog geen gewone dag gehad waarop alle kleuters in hun eigen klas met hun eigen juf op school waren. En deze school is geen uitzondering.

Ik merkte wel dat ik het weer heerlijk vind om voor een groep te staan. Ik hou van de manier van denken van kleuters (“Juf! Weet je NU al al onze namen uit je hoofd??”). Kleuters zetten je weer midden in het leven. Zij leven enorm in het NU en nemen jou er fijn in mee. Ze zijn fantastisch en ik kijk graag naar de manier waarop zij zich zaken eigen maakte. Ik kan er veel van leren.

Doordat ik het zo leuk vind én op deze school veel potentie zie in hoe het nóg beter kan, merkte ik ook dat ik (oude) valkuilen van mezelf viel; me verantwoordelijk voelen voor heel veel; alles wat ik doe perfect willen doen; geen fouten durven maken (“wat zullen ze van me denken?”); me alles aantrekken wat mensen zeggen etc. Inmiddels weet ik dat dit o.a. mijn hoogsensitieve kant is. Ik heb een enorme passie voor alles wat de ontwikkeling van kinderen ten goede komt en dat betekent soms dat ik teveel doe en mijn eigen grenzen vergeet. En, niet geheel onbelangrijk in dit verhaal; ik handel snel. Ik overzie snel waar er verbetering mogelijk is; waar de hiaten zitten én hoe die hiaten eruit gehaald kunnen worden. Maar ik ben daar vaak alleen in, binnen een team. Dat voelt niet altijd prettig; eenzaam soms zelfs. Ik heb het eerder ervaren.

Wat ik merkte (en hier ligt de link met hoogbegaafde kinderen) is dat ik tegen mezelf zei: “Zie je wel, je bent het kwijt. Je kunt het niet meer. Je kunt maar beter stoppen. Het onderwijs is niks meer voor jou”. Inmiddels ben ik in staat, meestal, om deze gedachten te pareren. Maar dit is precies wat er gebeurt met hoogbegaafde kinderen; ze merken dat ze anders doen, anders zijn en anders denken en gaan dit betrekken op zichzelf. Gedachten als “ik ben dom”, “het zal wel aan mij liggen” en “als het niet lukt, stop ik” passeren de revue en worden waarheid. Voor je het weet zit je op je 43e bij een coach om te onderzoeken hoe waar die gedachten eigenlijk zijn ;-).

Nee, ze zijn niet waar. Maar ze sluipen er wel in. Op jonge leeftijd al. Gisteren nog in mijn groep, een jongetje van 4 jaar. Hij deed een opdracht waarbij hij plaatjes bij de juiste beginletter mocht plakken en had het plaatje van de kraan bij de s geplakt i.p.v. bij de k. “Dat is echt heel dom he juf”. Uit zichzelf. Uiteraard ben ik met hem in gesprek gegaan en hij heeft geconcludeerd dat het een vergissing was en dat het belangrijker is dat hij oefent en zich zo de opdracht eigen maakt. Zeker niet dom dus.

Waarom ik dit nu allemaal deel? Life is a bumpy road. Door deze ervaring, en ik zit er nog midden in, besefte ik weer dat het leven leren is. En ‘Learning by doing’. Want ja, ik bezoek met regelmaat mijn coach, juist om mijn perfectionisme, mijn passie, mijn niet willen falen en mijn behoefte aan rechtvaardigheid, structuur en rust te kanaliseren, maar dat wil niet zeggen dat het meteen gelukt is. En dát is óók wat hoogbegaafde kinderen mogen leren; door iets te DOEN, kun je het leren. En dat daar dus tijd, energie én oefening voor nodig is. En als je dat op jonge leeftijd al leert word je leven alleen maar makkelijker.

En daarom blijf ik voorlopig nog fijn doen waar ik goed in ben; kinderen zien en kinderen helpen ontwikkelen in datgene wat ze al zijn! En om met het jongetje van gisteren te spreken die tegen me zei toen ik vertelde dat ik iets verkeerd had uitgelegd: “Het maakt niet uit hoor juf, ik vind je toch erg lief!”. Dat zijn de dingen dat ik weer besef dat het onderwijs een prachtig vak blijft, ondanks dat het een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Je hebt hoe dan ook invloed op het leven de kinderen én daarmee van hun ouders. En al is er maar één die daardoor beseft dat hij niet dom is, maar ‘gewoon’ hoogbegaafd is mijn missie geslaagd. Ik loop/fiets/rij nog even door over mijn eigen ‘bumpy road’ en zal geheid nog een aantal keer in diverse valkuilen stappen of vallen. Maar gelukkig kun je altijd opstaan en doorgaan. Learning by doiing; het leven is te mooi om te blijven liggen.

Uitgelicht

Regels en afspraken

“Pak je jas en je tas”, “Jij mag nu naar je mamma gaan”, “We gaan even niet op de fietsen want het regent”, “Ik tel tot 10 en dan zit je op je stoel en ben je stil”, “Je mag pas eten als ik “eet smakelijk” heb gezegd”, “Als ik je naam noem mag je gaan” #KindOpSchool #JufInDeDop #HoopNieuweRegels

Zo startte ik een aantal jaren geleden een post op mijn persoonlijke Facebook-pagina. Mijn dochter van 3 was net op school gestart in groep 1 en speelde in de middag schooltje met haar knuffels. Bovenstaande regels kwamen langs, en nog meer. Ik vond daar wat van. Nog steeds eigenlijk. Als moeder dan. Als juf begrijp ik het ook.

Als een kind op school start zijn er heel veel dingen nieuw. Wij lijken wel eens te vergeten hoeveel er op een kind afkomt als het nieuw is op school. Bovenstaande voorbeelden zijn maar een speldenknop in onderwijs -regelland. Toevallig heb ik kinderen die ontzettend graag het waarom achter bepaalde regels willen weten. En mijn jongste geeft zelfs op de vraag “Mag dat?” het antwoord “Nee, maar ik doe het”. En hij roept al jaren “Met mij kun je geen afspraken maken”. Tja…Soms lastig, maar hij is wie hij is en dat mag.

Wáárom moet een kind wachten tot ALLE kinderen op hun stoel zitten, hun bakje open hebben en juf heeft gezegd “eet smakelijk”. Dat duurt, zeker met 30 kinderen in een klas, ernstig lang. En sommigen kunnen dat nog helemaal niet, waardoor anderen nog langer moeten wachten.

‘Waarom mogen we niet op de fietsen als het regent? Gaan de fietsen dan kapot? En als ze kapot gaan, wie moet ze dan repareren? Doet juf dat zelf en heeft ze er geen zin in? Of geen tijd voor? Of moeten we ze dan wegbrengen? Mogen ze niet nat worden? Gaan ze dan alsnog stuk? Of mogen wij niet nat worden? Mamma zegt dat een beetje regen niet slecht voor je is. Denkt juf dat we ziek worden?’. Al dit soort vragen gaan om in die koppies van hoogbegaafde en/of hoogsensitieve kinderen. Dat zijn er een hoop. En dan hebben we het nu alleen nog maar over het stukje van fietsen buiten als het regent.

Als juf begrijp ik de overvloed aan regels beter dan als moeder. Als er 30 kleuters in een klas ALLEMAAL gaan doen wat ze zelf willen, wordt het één grote chaos en komt niemand tot zijn recht. Bovendien heb je dan de kans zoveel energie te verliezen aan orde, regelmaat en klassenmanagement, dat je aan goed onderwijs geven niet meer toekomt. Regels zijn er om nagestreefd te worden. Toch? Of niet?

Ik denk dat er heus wat minder regels gemaakt kunnen worden in klassen. Stel jezelf de vraag met welke achterliggende reden je een bepaalde regel opstelt. En is het een afspraak of een regel? Regels zijn opgelegd en kunnen dus overtreden worden met een straf als maatregel voor het overtreden van die regel. Is dat wat je wil als leerkracht? Afspraken maak je samen en daar kun je iedereen die “ja” heeft gezegd op die afspraak dan ook op aanspreken. Met de gevolgen die het kind dan zélf draagt. Dat kan ook met jonge kinderen. Dat is veel effectiever om te bereiken wat je wil bereiken.

Bespreek met de kinderen een klassenprobleem: “Kinderen, ik zie elke dag dat alle tassen door de gang liggen. Dat is gevaarlijk omdat mensen er over kunnen struikelen. Wij zijn een school waar we denken aan veiligheid en dit hoort daar ook bij. Hoe kunnen we dit probleem oplossen?”. Je legt uit waarom een bepaalde afspraak nodig is, tackelt dus op voorhand al heel veel (onuitgesproken) vragen, je laat de kinderen nadenken over een gezamenlijk probleem en zorgt op deze manier ook voor een groepsgevoel omdat er SAMEN naar een oplossing wordt gekeken. Win – win lijkt mij zo.

Ga eens na in je eigen klas of school. Hanteer je veel regels? Moeten kinderen doen wat jij wil dat ze doen (op een bepaalde manier lopen met een schaar, blokken, spelletjes?) en zo ja, stel jezelf eens de vraag waarom je dat vraagt van kinderen. Soms is daar een goeie reden voor. Ik vind bijvoorbeeld dat als je loopt met een schaar, je de punt van de schaar in je vuist houdt, zodat je een ander niet per ongeluk pijn kunt doen. Dat zullen veel leerkrachten met me eens zijn. Ik leg dat ook uit aan kinderen. Voor mij legitiem om die afspraak te houden. Maar mag een kind met én stiften én een vel papier tegelijkertijd naar zijn plek lopen? Als een kind motorisch handig is, kan dat in mijn optiek prima. Oplossingsgericht vind ik het ook, want het scheelt lopen en dus tijd.

Kinderen kunnen echt meer dan je denkt en verdienen het vertrouwen in hun zijn. Als je 2,3, 4 of 5 bent kun je heel onzeker worden van al die opgelegde regels. “Doe ik het wel goed?. Ik heb alweer een blok laten vallen”. De kans dat zo’n gevoelig kind met spanning in zijn lijf naar school gaat waar het door die spanning juist niet het goeie doet, wordt alsmaar groter. Al die spanning in het lijf zorgt voor weinig zelfvertrouwen en het kind gaat zich ‘lastiger’ gedragen. Laat het wat meer los en zie dat het allemaal heus wel meevalt.

Want hoe erg is het, als een blok valt?

Uitgelicht

Boekentip oktober 2021

“Jij kan worden, worden wat je wil. Waarmee maak jij het verschil? Zoveel dingen die je later kunt doen. Vanaf nu tot aan je pensioen. Jij kan worden, worden wat je wil. Waarmee maak jij het verschil. Wat vind je leuk en wat is je talent? Je bent echt iets geworden, als je bent wie bent”.

Bovenstaand is de tekst van het refrein van het Kinderboekenweek-lied van Kinderen voor Kinderen. Ja natuurlijk kan je worden wat je wil. Als je maar weet wie je bent. Ik vind het belangrijk dat kinderen (lees: mensen) weten wie ze zijn, hun eigen talent en dus kracht kennen en vanuit hun talent zichzelf kunnen ontwikkelen. Als je weet wat je kan kom je verder.

Boeken bij dit thema zijn er genoeg. Ik noem een paar van mijn favorieten:

In ‘De draak die niet van vuur hield’ van Gemma Merino gaat het over een draakje die van alles leert van haar vader; vuur spuwen, vliegen. Maar het vuur spuwen lukt niet en het vliegen óók niet. Het water, waarschuwt vader, is gevaarlijk en verschrikkelijk. Op een dag probeert het Draakje, tegen haar natuur in, tóch te vliegen. Dan gaat het mis….

‘De krokodil die niet van water hield’ (ook van Gemma Merino) is ook zo’n boek. Hierin is er een krokodil die merkt dat hij anders is dan zijn broers en zussen. Hij houdt NIET van water en de rest allemaal wel. Na een laatste poging het wél leuk te vinden gaat het ook hier mis….Maar door die laatste poging vindt hij wel zijn eigen talent en weet hij waar hij voor gemaakt is.

In het boek van Bianca Antonissen en Lisa Brandenburg ‘Tin doet zijn zin’ gaat het ook over je eigen talent. Alle vogels willen dat Tin gaat leren vliegen; maar Tin heeft géén zin. Hij doet liever andere dingen. Er is een moment dat hij een poging doet maar eigenlijk wil hij helemaal niet vliegen. Aan het einde van het boek wordt het ook duidelijk waarom.

Ik zie in alledrie de boeken een centraal thema; weten (of nog niet) wat je kan, waar je talent ligt en wat je daarmee kunt bereiken. Voor iedereen is dat anders. Waar de één goed is in sport, is een ander goed in muziek maken. Alles is goed; zolang een kind zijn of haar talent maar kan gebruiken om zich verder te ontwikkelen. Het is van belang om dit aan kinderen te leren, omdat ze op die manier zo dicht mogelijk bij zichzelf kunnen blijven. En als je jezelf kan en mag zijn, kun je je potentieel gebruiken. Hippe woorden, maar wel belangrijk. Ieder mens is uniek en ieder komt hier om een bijdrage te leveren op welke manier dan ook. Ik pleit dan ook dat er gekeken gaat worden naar de uniekheid van kinderen en niet naar alleen wat er “moet” in de maatschappij.

Dus ja, je kan worden wat je wil. Als je weet wat dat is en hoe je dat kunt bereiken. Dát is wat kinderen mogen leren. Ontdek wie je bent, ondanks de maatschappij is misschien een beter advies. Daar moet je sterk voor in je schoenen staan. Gelukkig zijn de kinderen van nu erg sterk; zij weten over het algemeen wat ze willen, spiegelen ons en als we goed kijken kunnen we een hoop van ze leren. En doen wat je wil tot aan je pensioen? Het kan ook anders; werken zo lang je leuk vind wat je doet en daar is, gelukkig, geen leeftijd aan gebonden.

Ik wens jullie allen een fijne Kinderboekenweek. Er zijn genoeg activiteiten in bibliotheken, boekwinkels en scholen georganiseerd. En uiteraard een uitgelezen moment om, samen met je kind(eren) een nieuw boek uit te zoeken. Genoeg keuze!

Uitgelicht

“Ik kan het niet”

“Ik wil het pas doen als ik het kan”- uitspraak van David van nét 4. Duidelijk geval van nog geen groeimindset hebben.

Veel peuters en kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong willen pas iets doen als ze zéker zijn dat ze het kunnen. Het voelt niet prettig als je iets nog niet kan. Dan ben je nog niet goed genoeg.

Wij volwassenen weten, meestal, dat bovenstaande niet waar is. Of tenminste, dat je van fouten maakt leert, van nieuwe dingen uitproberen óók én dat het een tijdje duurt voordat je nieuwe dingen eigen hebt gemaakt. Een nieuwe gewoonte creëren, of aanleren kost nou eenmaal tijd, energie en effort. Als je die effort ergens instopt, kun je nadien oprecht trots zijn op jezelf omdat je ergens je best voor hebt gedaan. Het heeft resultaat opgeleverd en dat heb je zélf gedaan. Iets doen wat je al kan is easy. Daarvan kom je niet in beweging en daarmee ontwikkel je je niet.

Maar ja, dan heb je zo’n kleuter als David thuis. Hoe ga je daar als ouders of als leerkracht/pm’er dan mee om? Allereerst is het belangrijk om eerlijk te kijken naar je eigen handelen. Hoe zit het met je eigen mindset? Leef je voor wat je van je kind graag wil? Zeg je dingen als “Wat stom dat ik de melk ben vergeten bij de supermarkt” of zeg je “We zijn de melk vergeten, ga je nog even mee terug naar de supermarkt?”. Een klein, maar essentieel verschil. Kinderen doen wat ze zien; belangrijk dus om daar naar te kijken.

Sommige kinderen hebben een beetje dwang nodig om door dit proces heen te gaan. Ik bedoel dan dat je ze soms echt een beetje mag pushen om die moeilijke puzzel te maken waarvan ze denken dat ze het niet kunnen. Maar daarna goed bespreken wat het resultaat is. Vertel maar dat je momenten zag dat het moeilijk was maar het kind wél heeft doorgezet. Doorzetten loont. Hard werken ook.

Voor peuters en kleuters zijn er verschillende prentenboeken waarin de mindset centraal staat. Een voorbeeld is ‘Het meisje wat nooit fouten maakte’ van Mark Pett en Gary Rubinstein. In dit boek gaat het verhaal over Isabella die altijd ALLES zonder fouten doet. Haar broertje maakt overal een rotzooi van. Bij de jaarlijkse talentenshow, die Isabella altijd wint, gebeurt er tóch ineens iets wat bij Isabella tot een inzicht leidt. Een mooi boek om nadien meer over te praten.

Wat ik altijd met mindset te maken vind hebben is het thema ‘Ik ben mezelf- ik ben genoeg – ik ben prachtig zoals ik ben’. Dat thema is ook van belang voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Die kunnen namelijk nogal eens twijfelen daaraan. Aanpassen is dan het gevolg. Maar dat heeft weer als gevolg dat je jezelf kwijt raakt. Een mooi boek met dat thema vind ik ‘De vogel’ van Gerard Weide en Albert Gerrits. Hierin voelt een zeearend zich alleen en eenzaam; hij wil graag met de mussen spelen maar die willen dat niet omdat hij ‘anders’ is. De zeearend past zich helemaal aan de mussen aan en ook dat werkt niet. Uiteindelijk ziet hij in dat aanpassen jezelf kwijt raken is en dat hij het feit dat hij anders is juist mag omarmen.

Verder bordurend op bovenstaande thema’s kom je bij het gegeven dat sommige kinderen zo doordenken dat ze precies willen weten hóe iets werkt. Ook dat heeft met mindset te maken. Mijn oudste bijvoorbeeld droeg met 3,5 jaar nog een luier. Ik heb hem toen letterlijk uitgelegd dat als je blaas vol is, je hoofd een seintje krijgt waardoor je dus naar het toilet kunt gaan. Hij begreep het systeem en hij heeft nooit meer een luier om gehad vanaf dat moment. Een goed boek met uitleg daarover is ‘Je fantastische elastische brein’ van JoAnn Deak. Heel duidelijk beschreven hoe er nieuwe snelwegen in je hersenen worden aangelegd met het doen van nieuwe dingen.

Als laatste boek wil ik vandaag ‘Tijger-Tijger, is het waar’ van Byron Katie en Hans Wilhelm aanraden. Hierin leren kinderen de gedachten die ze hebben om te buigen. Je kunt denken “Ik kan het niet”. Dan heb je vaak gelijk. Je kunt óók denken “Ik kan dit en ga dit doen”. Ook dan heb je gelijk. In dit boek worden 4 vragen besproken die je helpen om je gedachten om te buigen. Ook voor volwassenen is dit een handige tool om je eigen gedachten om te buigen, als dat nodig is.

Juf Bianca van jufbianca.nl heeft ook prentenboeken die over mindset gaan beschreven in een blog. Die kun je hier en hier lezen.

Naast voorleven en voorlezen is het natuurlijk van belang om in gesprek te blijven met je peuter of kleuter. Hierbij kunnen de groeikaarten die Platform Mindset ontwikkeld heeft goed van pas komen. Aan de hand van vragen zoals “Wat heb jij gedaan waar je trots op bent?” of “Wat lukte doordat je goed had geoefend?” kun je de mindset bespreken. Een leuk ritueel om bijvoorbeeld na het avondeten te doen. Ouders ook mee doen natuurlijk!

Verder is het woordje ‘nog’ een magische toevoeging bij sommige uitspraken. “Ik kan niet fietsen” versus “Je kan nóg niet fietsen”. Oefening baart kunst. Bovendien is je mindset altijd in ontwikkeling en is het goed om jezelf regelmatig af te vragen hoe je met je eigen mindset is. Bij mij bijvoorbeeld is het op het gebied van sporten een echte groeimindset. Op andere gebieden kan ik ook nog wel wat groeimindset creëeren. Maar, wetende dat snelwegen aanleggen tijd kost, weet ik ook dat dát wel goed komt!

Ellis – september 2021

Uitgelicht

Nieuwe start

De vakantie zit er op. We mogen weer! Ik ervaar het altijd een beetje dubbel; heimwee naar die fijne plek in de warme zon, vlakbij zee en strand waar ik thuis hoor en in de relax-stand. Maar hier thuis is ook weer fijn; de nieuwe start van de kinderen ging goed en we hebben weer een ritme. Dat is na zo’n vakantie met veel vrijheid ook wel weer lekker.

Je kan altijd merken dat kinderen in zo’n lange vakantie met veel vrijheid, losse dagen en niet zo veel gedoe zo enorm groeien. Ik heb wel eens een kleuter in de klas gehad die na de vakantie nog een jaar groep 2 zou doen. We kwamen weer op school en dat bleek toen een hele verkeerde keuze; groep 3 was toch beter want het kind had een enorme spurt gemaakt. Dat vind ik het mooie aan het werken met kinderen; hoe goed je ze ziet groeien; soms met veel bemoeienis van “onze” kant; vaker zonder; het komt écht altijd goed. Ieder kind, ieder mens loopt op zijn of haar eigen pad en maakt de dingen mee die bedoeld zijn om van te leren. Je weet niet altijd waarom, dat hoeft ook niet. Maar dat het iets oplevert is zeker. Ook de minder mooie dingen van het leven; het brengt je altijd iets.

Wat mijn vakantie mij gebracht heeft is inzicht. Inzicht dat ook ik mijn pad loop en dat ik daar soms sneller overheen wil lopen dan de bedoeling. Ik mag leren om af en toe eens stil te staan en te kijken wát er dan precies op mijn pad komt. Of al ligt. Het is fijn dat te kunnen doen in een setting die goed en veilig voelt; met mijn gezin om me heen op de plek waar ik me thuis voel en tot inzichten kan en mag komen.

In de praktijk betekent het voor nu dat ik stop met de UKIQ-groep zoals ik dit voor de zomervakantie deed. Ik heb gemerkt dat dat niet is waar ik voor wil gaan. Het was voor mij een verlenging van mijn peuterschool en daar ben ik weggegaan om andere dingen te gaan doen. Wél wil ik deze kinderen, die het nodig hebben, blijven helpen. Ook de ouders van deze kinderen wil ik ondersteunen met het zoeken naar de juiste weg voor hun kind. Dat is mijn kracht en dat is wat ik wil. Ik ben dankbaar dat ik de keuze kan maken en mag doen wat ik graag doe, kan en wil.

Wat ik dan wel ga doen? Ik heb allerlei ideeën die ik de komende periode eens goed uitwerken voor mezelf. Ondertussen loopt KidsGrow gewoon door ben ik inzetbaar voor ondersteuning en hulp. Het voelt goed om dit op deze manier te doen en ik wens iedereen dit soort inzichten toe. Het leven gaat al snel genoeg en om te mogen doen wat je het allerliefste doet is een prachtig gegeven.

Ellis – augustus 2021

Uitgelicht

Kalm aan…

Doe maar rustig, doe maar kalm, niks moet en alles mag. Even passen op de plaats, even zien wat je nog niet zag. Tijd voor kijken, tijd voor voelen, tijd voor anders dan normaal, even samen met zijn allen, even rusten allemaal.

In tijden van vakantie neem ik altijd even tijd om te evalueren; terugkijken op wat ik gedaan heb, voelen of dat nog is wat ik wil. Zo ja, hoe ga ik dan door? Zo nee, wat wil ik anders en waarom? De hectiek van het normale gezinsleven valt even weg en dat is heerlijk. Opstaan als je klaar bent met slapen, eten als je trek hebt en slapen als je moe bent. Tussendoor is het tijd voor spelletjes, kinderen die hele dagen buiten zijn en (voor)lezen.

Sinds een aantal jaar plan ik wel activiteiten in voor de kinderen, maar wel in overleg. Zo hebben ze iets om naar uit te kijken, zijn er dagen dat ze zich kunnen vervelen (lees: zelf hun dag moeten vullen) en zijn er dagen dat we samen kijken wat we met elkaar doen. Bij ons gaat (gelukkig) onze geplande vakantie óók lekker door.

Ik plan ook al een aantal jaar in de lange vakanties een “Zelfweetdag” in. Op die dag mogen de kinderen zelf weten wat ze doen. Naarmate ze ouder worden kwamen daar wel basisregels bij; opruimen wat je gebruikt hebt, als je misselijk wordt is het je eigen verantwoording en als ik moet chauffeuren moet je het even vragen. Dit jaar is er voor het eerst een te besteden budget bijgekomen. Mijn kinderen zijn al groter (11, 9 en 7) maar ze vinden dit één van de leukste dagen die ze hebben in de vakanties. Bijkomend voordeel voor mij als moeder is dat ik ook een vrije dag heb die ik zelf mag besteden. Mijn jongens spenderen een hele dag achter de playstation met een spel wat wij thuis NIET hebben en ook niet in huis komt. Mijn dochter bakt alles wat ze lekker vindt. ’s Avonds eten ze uiteraard iets van de 3 p’s en ze ontbijten met tosti. Toen ze nog jonger waren deed ik dit dan eerst een middag en breidde dat uit naar een dag. Ze vinden het heerlijk en het is een herinnering for life. Tip van de maand dus!

Nu ga ik ook even “op de voorplecht” zitten. Kijken hoe ik verder ga met mijn plannen. Wat wil ik, wat kan ik, waarom doe ik wat ik doe? Tijdens mijn vakantie laat ik dat allemaal de revue passeren. Terug kom ik zéker!

Ik wens jullie allemaal een zeer fijne vakantie en tot in september!

Uitgelicht

Boekentip juni 2021

Kleine dieren, grote dieren. Jonge kinderen zijn er vaak dol op. Ze weten vaak veel over heel veel verschillende dieren. Wij hebben thuis een enorme bibliotheek aan encyclopedieën over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral veel over dieren. De meeste komen van uitgeverij Lannoo.

In bovenstaande boeken worden verschillende dieren beschreven en heel mooi in beeld gebracht. Van de ijsbeer tot de megakrekel (zo groot als een hand van een volwassen man) en van de voetbalvis tot de walvishaai; van alles komt langs. Jonge kinderen smullen van de wetenswaardigheden en onthouden het maar al te goed. De mooie platen zijn een lust voor het oog en als voorlezer (juf, pedagogisch medewerker of ouder) steek je er vaak ook nog iets van op.

Zo zijn er ook boeken met een specifiek thema. Hierboven één die gaat over Dieren van de zee. Onze jongste zoon roept al jaren dat hij ‘Zeebioloog’ wil worden, dus deze was zeker in trek. Van het kleinste diertje (plankton) tot de blauwe vinvis; alles komt hierin voorbij. Onze oudste wil ‘paleontoloog’ worden en ook de specifieke boeken over dinosauriërs hebben wij dus in huis.

Niet zo lang geleden kwam bovenstaand boek uit, van Rachel Williams en Freya Hartas. Een prachtig boek om eens stil te leren staan bij alle mooie dingen in de natuur. Op elke pagina wordt een ander dier beschreven. Zo kun je lezen over hoe een kikkervisje een kikker wordt, hoe de boombladeren veranderen van kleur….en vallen en hoe mos regen drinkt in het bos. Een prachtig geïllustreerd boek waarin veel facetten van het leven in de natuur verteld worden. Een mooi boek om elke dag even in te kijken en lezen.

Deze laatste is een tip uit een serie. ‘De wonderen van het bos – geheimen van het wilde woud”. Hierin kun je lezen hoe paddenstoelen koeriersdiensten vervullen, hoe zaden kunnen vliegen en hoe een boom siroop voor ons mensen kan maken.

Bovenstaande boeken zijn een kleine greep uit de mogelijkheden. Ik merk in mijn werk dat veel kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong grote interesse hebben in de natuur. Ze willen ervaren, proeven, voelen en leren over de natuur. Door deze boeken komt die wereld een beetje dichterbij. Ik gaf al eerder de tip om voor te lezen nog leuker te maken door filmpjes op youtube te gebruiken. Kinderen smullen ervan. En dat het soms Engels is, doet niet af aan de interesse. Als je vertelt en leest over bijvoorbeeld de octopus is niks leuker om te zien hoe zo’n octopus zich vervormt en door een klein gaatje kan ontsnappen. Zien is begrijpen en onthouden. Hier staat zo’n filmpje. Er zijn ook talloze filmpjes van bijvoorbeeld Freek Vonk, die toppen 5 van bepaalde dieren maakt. Ook erg leuk. Een voorbeeld vind je hier.

Het mooie is dat je, als de kinderen jong zijn en nog niet kunnen lezen, je lekker voor kan lezen. Als je daar even geen tijd voor of zin in hebt, is het bladeren alleen ook al prima tijdverdrijf. Zodra ze kunnen lezen wordt het alleen maar makkelijker voor ze om zelf de boeken te pakken en te lezen en op die manier heb je dus lang plezier van je boeken. Veel kijk- en leesplezier.

Uitgelicht

1e keer UKIQ

De kop is eraf. We zijn begonnen met de smartgame ‘3 kleine biggetjes’ waar we samen hebben gewerkt om elk huisje op het veld te plaatsen, tussen de biggetjes door. Dit verliep heel natuurlijk en harmonieus. Na het spel ontstond een voorstelrondje en vanuit daar hebben we een soort paspoort gemaakt. Wie ben je, wat vind je mooi, ben je een jongen of een meisje etc. Én een handafdruk maken.

Daarna heb ik het boek “Kikker is Kikker” voorgelezen, waarin Kikker wil leren vliegen net als Eend maar dat niet kan OMDAT hij een Kikker is. We hadden tussendoor steeds gesprekken daarover. Wat kun je goed? Kan je alles? Als je goed oefent wel, maar toch niet alles. Vogels kunnen vliegen, maar een kip en een struisvogel niet. Maar het zijn tóch vogels. Wat kun je zelf goed? En wat nog niet zo goed? We hebben ook naar onszelf gekeken, welke kleur haar en ogen hebben we? Dat is bij iedereen verschillend. De kinderen hebben zichzelf daarna getekend en goed op details gelet. Of een poging daartoe.

Tijdens het fruit en water moment hebben we naar “Het Zandkasteel” gekeken. Op verzoek daarna nog een filmpje van een octopus. We ontdekten dat die door een heel klein gaatje kan. Dat kunnen wij mensen dan toch weer niet. De tijd vloog om en we zijn daarna ook nog even naar buiten gegaan. Een voetafdruk in het zand is ook leuk om te maken. We hadden een heerlijke middag.

Kan een afbeelding zijn van speelgoed en binnen
Uitgelicht

Boekentip mei 2021

Deze maand een boekentip over een vrij nieuw boek. Het boek heet “Luce straalt weer” en is geschreven door Josina Intrabartolo en Janneke van Olphen. Het verhaal is op rijm geschreven en leest daardoor makkelijk weg. Het is voor kinderen van een leeftijd van ongeveer 4 jaar en ouder, maar sommige kinderen van 3-3,5 zullen dit verhaal ook al goed kunnen volgen.

Het verhaal gaat over een vuurvliegje wat gaat stralen als ze ergens enthousiast over is. Na de vakantie mag ze weer naar school en ze heeft er erg veel zin in; ze straalt letterlijk en figuurlijk. Ze heeft zin om nieuwe dingen te leren. Maar gaandeweg valt het allemaal erg tegen; het schoolwerk is te makkelijk en daardoor niet leuk. Haar lichtje gaat steeds minder fel branden en dooft uiteindelijk uit.

Samen met haar vader gaat ze op zoek naar waar Luce weer van gaat stralen. Voor Luce is dat dansen. Vader vuurvlieg gaat in gesprek met juf en samen vinden ze een oplossing; Luce mag meedoen met de musicallessen op school.

In dit boek komt naar voren dat het belangrijk is om erachter te komen waar je eigen licht van aan gaat. Doe in het leven dát wat je kan, leuk vindt en vooral blij van wordt. Dan ben je in staat om te leren, te creëren en je eigen energie hoog te houden. Op plekken waar energie weglekt, ben je op den duur niet meer gelukkig en raak je afgestompt. Dit geldt voor zowel kinderen als volwassenen. Ouders met strong-willed kinderen zullen Luce zeker herkennen. Veel kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong hebben een sterke eigen wil. Deze kinderen willen vaak al vroeg naar school en hebben dan hoge verwachtingen. “Op school ga je leren lezen, schrijven en rekenen”. Dat valt soms tegen voor ze waardoor de lichtjes van deze kinderen uit gaan. In de vakantie zie je ze vaak weer opleven, omdat ze dat niet meer geestelijk ondervoed worden.

Achterin het boek staan goeie tips voor ouders, verzorgers en leerkrachten. Blijf in gesprek met deze kinderen en blijf ook vooral in gesprek met elkaar. Voor ouders raad ik aan in gesprek te blijven met de leerkracht van je kind en vice versa. Ieder ziet het kind in een andere setting; ouders weten vaak het beste wat hun kind nodig heeft, leerkrachten kunnen goed bepalen in hoeverre dat kan op de school van het kind. In gesprek blijven is een must; zo houdt je samen het belang van het kind in het middelpunt. Daar gaat het namelijk om; hoe kan dit kind groeien met zijn of haar eigen talenten?

Het boek is hier te bestellen.

Wat heeft jouw kind nodig om weer te stralen? En waar kan hij of zij dat het beste?

Boekentip november 2021

Omdenken. Kan het echt? Ja, het kan. Maar je moet het wel willen. Je bent als mens snel geneigd om jezelf vast te denken. Als je altijd op dezelfde manier denkt, zul je altijd op hetzelfde uitkomen. Dat is niet altijd handig en soms zelfs niet wenselijk. Omdenken is dan juist wél handig. Niet altijd makkelijk, soms zelfs moeilijk, maar nooit onmogelijk.

Kinderen hebben ook die neiging. Niets menselijks is hen vreemd natuurlijk. Als je kinderen al vroeg leert om eens op een andere manier te denken, zullen ze creatiever worden in het bedenken van oplossingen. Flexibeler worden in hun patronen loslaten én nadenken over hoe het anders kan.

In het boek wat ik deze maand bespreek wordt duidelijk hoe je dat kunt doen. Het boek heet ‘Sam denkt zich blij’ en is geschreven door William Mulcahy. Sam gaat met zijn vader naar het strand en de dag begon al rot. Dat werd alleen maar erger want zijn vlieger wil NIET de lucht in. Hoe frustrerend is dat.

Vader leert hem te handelen volgens de “frustratiedriehoek”. Nou is dit een woord wat ik in gesprek met kinderen niet snel zal gebruiken maar de stappen in de driehoek wél.

Stap 1 is: vertellen. Waarom ben je gefrustreerd? In het geval van Sam is dit omdat de vlieger niet de lucht in wil. Bij jonge kinderen is dat voldoende, bij oudere kinderen zou ik in het gesprek ook nog bekijken hoe dat dan komt, ter voorkoming van nog een frustratie bij het opnieuw proberen. Als je iemand laat vertellen waar de frustratie vandaan komt, krijgt diegene in ieder geval de gelegenheid om zijn of haar verhaal te doen. Bovendien geef je erkenning voor de frustratie. Het is logisch dat je er boos over wordt omdat het ook niet leuk is wat je overkomt. Erkenning is belangrijk dus.

Stap 2 is: afkoelen. Als je gefrustreerd bent ergens vertoon je vaak boos gedrag. Sam schopt het zand weg, gooit zijn vlieger op de grond etc. Belangrijk is dat je dus eerst even afkoelt. Voor de een is dat even flink schreeuwen, alles eruit. Met onze oudste hebben we ooit afgesproken (hij was toen 3/4 jaar oud) dat hij in een kussen mocht slaan of alle papieren uit de papierbak mocht versnipperen. Ook knuffelen, mediteren of rustig ademhalen kan goed helpen.

Stap 3: omdenken. Natuurlijk; als iemand rustig is staat diegene ook weer open voor andere ideeën. Je kunt je dag laten verpesten door dingen die niet leuk zijn. Maar 1 minder leuk ding op de dag maakt de dag natuurlijk niet meteen heel erg stom. Er zijn altijd dingen die wél leuk waren en waar je dankbaar voor kunt zijn. Op die manier positief in het leven staan, maakt dat je niet blijft hangen in de negatieve dingen.

Voor jonge kinderen is het leuk om, bijvoorbeeld na het avondeten, met elkaar de dag door te nemen. Je benoemt allemaal wat er niet leuk was, erkent bij elkaar dát het niet leuk was en daarna benoem je allemaal iets wat wél leuk was. Dit kan natuurlijk ook heel goed (1 op 1) bij het naar bed brengen. Zo eindig je de dag positief en kun je beter slapen. Wij thuis doen al jarenlang (heel eerlijk, het komt en gaat in fases; soms intensief, soms een tijd niet) het ritueel van de ‘dankbaarheidsstenen’. We hebben allemaal op een vakantie in Spanje een mooie steen uitgezicht en vertellen elke dag, met de steen in ons hand, waar we die dag dankbaar voor zijn. Daarnaast hebben we ook een gezinssteen die we doorgeven als we vertellen op wie binnen ons gezin we trots zijn en waarom. Een klein, maar makkelijk ritueel wat je met hele jonge kinderen al kunt doen. Ik zal ze er in ieder geval vanavond weer eens bijpakken!