Wat is goed en wat is fout?

Wanneer is iets goed of fout? Wie bepaalt dat? En kun je de ander overtuigen van jouw ‘goed’, terwijl die ander dat ook probeert bij zijn of haar ‘goed’?

Gisteren was ik weer terug op een basisschool waar ik voor de zomervakantie ook was. Ik werk daar met een jongetje die inmiddels in groep 4 zit. Wekelijks ondersteun ik hem een uur met het werk wat hij krijgt op school; we praten samen tijdens dit werk en zo werken we meteen aan onze mindset, onze visie en bespreken we de samen onze kijk op het leven. Het levert mooie gesprekken op.

Hij had nu bedacht om een spreekbeurt te willen doen en wilde met mij de voorbereidingen treffen daarvoor. Zo gezegd, zo gedaan. We waren bezig met het bedenken welke dingen hij allemaal wilde vertellen over, in dit geval, de brandweer. Zo komt er ook een pagina over wat de brandweer doet. Tijdens het maken van die pagina in zijn presentatie vroeg ik hem: “Wat doet de brandweer?” en hij antwoordt: “Zijn pak aantrekken”. In eerste instantie wilde ik hem ‘verbeteren’, maar nee dat zou niet handig zijn. Hij heeft namelijk gelijk. Een brandweer trekt zijn (of haar) pak aan. Ik heb hem uitgelegd dat hij natuurlijk gelijk had en dat hij precies wist waarom dat pak nodig is en dat hij dat zeker moet vertellen straks tijdens zijn spreekbeurt. Ik heb hem gelukkig ook kunnen vertellen dat bij spreekbeurten er verwacht wordt dat er een algemeen praatje wordt gehouden wat iedereen kan snappen, ook als je nog niet zoveel weet over de brandweer. En dat je dus wat algemenere zaken kunt opschrijven op deze informatiepagina. Hij kwam toen met ‘branden blussen’, ‘helpen bij auto-ongelukken’ en ‘katten uit de boom halen’ (“maar niet zo vaak hoor”).

Het deed me denken aan jaren geleden toen ik eenzelfde ervaring had met mijn toen 4-jarige zoon. Hij liep voor in zijn ontwikkeling en wij vonden dat hij na 1 kleuterjaar, door kon stromen naar groep 3. School wilde daarin mee gaan, maar vonden hem nog wat jong. We spraken af dat hij mee mocht draaien in groep 3 en aan de hand daarvan zouden we bepalen wat de keuze zou worden. We spraken ook af dat de mededeling verteld zou worden door zijn leerkracht van groep 1/2. Nadat hij een ochtend meegedraaid had, kregen wij te horen dat hij niet had meegedaan, maar alleen maar rond had gekeken. Hij had geen werkje gedaan, de leerkracht vond hem erg jong en hij was dus niet toe aan groep 3. Ik vroeg wat de leerkracht hem had gezegd, waarop zij antwoordde: “Dat hij mocht kijken in groep 3”. Dat was EXACT wat mijn zoon had gedaan.

Ik wil met deze voorbeelden aangeven dat je soms, als leerkracht, als pm’er, als volwassenen om kinderen heen, even door mag denken. Mijn zoon keek alleen maar en was DUS niet toe aan groep 3. Terwijl ik wist; mijn kind doet altijd exact wat je van hem vraagt, letterlijk. En dingen die je niet zegt doet hij dus niet. Dat is lastig. Voor hem, maar daardoor soms ook voor de leerkrachten om hem heen. Ook het jongetje in het eerste voorbeeld kan te horen krijgen: “Nee dat is niet goed. Een brandweer blust branden”. Maar zoals de titel van dit blog al zegt: Wat is goed en fout? Wij volwassenen hebben snel de neiging een oordeel te geven. Doe even een stap terug en kijk/luister/observeer wat er eigenlijk gezegd wordt. Is het echt fout? Of is het een andere manier van denken?

Letterlijk doen wat er staat
Begrijpend lezen zit wel goed.
Is het écht fout, of verwacht de juf iets anders?

Bovenstaande afbeeldingen komen van de pagina van MeesterMark; een (oud)leerkracht die dit soort beelden verzamelt en verspreidt via Facebook en Instagram. Het zet je als leerkracht wél aan het denken. Want, naast dat het soms grappig is, zegt het ook: Wat is écht fout hieraan? Wat wil je eigenlijk met deze opdracht? In het laatste geval kun je in ieder geval weten dat dit kind het begrip ‘de helft’ heel goed begrijpt en daar ging het in ieder geval om.

Wat ik maar wil zeggen; wees je bewust van je soms te snelle oordeel; als je afkeurt wat eigenlijk niet fout is doet dat veel met het zelfvertrouwen van iemand, laat staan van een jong kind in ontwikkeling. Sta open voor een andere visie en leer van elkaar. Als leerkracht mag je kinderen een heleboel (aan)leren, maar als je er voor openstaat zijn kinderen de beste leermeester.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.