Hoogbegaafd?

Soms merk je aan je kind dat hij of zij ‘anders’ is. Zich anders, met name sneller, ontwikkelt op bepaalde gebieden dan andere kinderen. Je merkt het aan de vragen op het consultatiebureau, je merkt het als je praat met andere ouders van peuters en kleuters. Je kind is nog jong maar kan bijvoorbeeld al heel goed in lange zinnen praten. Of je merkt dat je jonge kind al letters en cijfers (her)kent. Je kind is gevoelig voor geluid of licht, heeft een groot rechtvaardigheidsgevoel of heeft moeite met dingen die anders gaan dan anderen. Zo zijn er nog meer kenmerken te noemen.

Als je dit herkent, dan zou het goed kunnen zijn dat je een kind hebt met een ontwikkelingsvoorsprong, en word je kind later als hoogbegaafd getest. Niks mis mee. Maar wél iets om rekening mee te houden.

Voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong is het van groot belang dit zo vroeg mogelijk te (h)erkennen. Kinderen hebben ontwikkelingsgelijken nodig om te weten dat ze niet alleen zijn. Hoe jong ze ook zijn; kinderen hebben feilloos in de gaten dat ze ‘anders’ zijn.

Je herkent misschien wel de volgende voorbeelden. Je kind maakt thuis de mooiste tekeningen, het heelal met alle planeten met naam en toenaam, de oceaan met octopussen en blauwe vinvissen of de prachtigste huizen. Maar de tekeningen die vanuit de peuterspeelzaal of de kinderdagopvang terug naar huis komen zijn krastekeningen. Of je kind kletst thuis de oren van je hoofd met alles wat hij of zij onderweg gezien heeft, stelt talloze nuttige vragen en bij anderen hoor je “wat praat hij nog weinig”. Dit zijn tekenen dat je kind elders niet zichzelf kan zijn, omdat hij of zij contact met ontwikkelingsgelijken mist. Bij dit zogeheten ‘peer’contact merkt een kind dat er anderen zijn zoals hij/zij. Dat hij/zij niet gek is en dat hij/zij zéker niet dom is. Al heel jong kunnen kinderen dit over zichzelf denken en zeggen.

Je kan een vrijblijvend intakegesprek aanvragen door hieronder je gegevens in te vullen. Ik neem dan contact op om alle mogelijkheden te bespreken.